Soms is mijn werk

zoals de nar,

In de brief van de Koning

van Tonke Dragt,

Een vreemde

die er wel bij hoort

die er altijd is

Je meeneemt naar de tuin

en ook zonder iets te zeggen

naast je zit,

die luistert

die een sprookje vertelt,

waarvan je niet meteen begrijpt

waarom en waarvoor

maar dat je je door deze gekkigheid,

door even het anders dan anders

je je opeens ook anders voelt

Moeder zijn

Al tien jaar

mag ik me moeder noemen

Wat betekent het, om moeder te zijn?

Moeder, tussen al die andere moeders

Op de wereld

In het verleden

Om me heen

Ook zonder moeder te zijn

Je geeft iets door

Soms met eigen gebroken vleugels

En met gestuntel

Maar hopelijk

Geef ik iets

van liefde en verwondering

En er zijn

Er mogen zijn…

Met de lente

Met de lente

komt voor mij

ook vaak stilte

alles wat begint te bloeien,

de zon die langer schijnt,

al het kwetsbare en kleine

doet me juist ook

stilstaan

bij de pijn en het lijden,

wat er ook is

en dan rest mij niets dan stil zijn

Stilte

en proberen te dragen wat is

en stil hopen op wat komt…

Is het overdreven?

Sommige mensen zien

En voelen nooit iemand

Of heel miniem

Maar nu,

Na een week op afstand

Van mijn kinderen,

Van mijn lief,

Denk ik het toch te voelen

Het verlangen naar een knuffel

Even mn dochter over haar wang strijken

Stoeien met mijn zoon

Even tegen mijn lief aan liggen

Huidhonger…

Hopelijk nog maar even…

Je zwaait

Als ik voorbij loop

Je zwaait en je wenkt

Je probeert

Met handen

En met klanken

Iets te vertellen

Maar de woorden blijven uit

Alleen als je vloekt

Gaat het vloeiend

Daar lachen we samen om

Om de pijn van het woordeloos zijn

te verzachten

Ik probeer te duiden

En te begrijpen

Maar pas als we samen stil zijn

Samen mediteren

Lijken we elkaar te vinden

Zonder woorden