
Een klaproos
zo mooi
en zo tijdelijk en kwetsbaar
net een gesprek
met een jonge vrouw
over de dood
haar dood
dat roert me
en raakt voor mij
de diepe wonderlijkheid
van het leven
zo mooi
en zo tijdelijk en kwetsbaar
als een klaproos

Een klaproos
zo mooi
en zo tijdelijk en kwetsbaar
net een gesprek
met een jonge vrouw
over de dood
haar dood
dat roert me
en raakt voor mij
de diepe wonderlijkheid
van het leven
zo mooi
en zo tijdelijk en kwetsbaar
als een klaproos

Met de trein
Wat zijn er toch veel
verschillende mensen
Ik loop met ze mee
Naar de trein
In de trein
En verwonder me
Wie ben jij
Met de blauwe ogen
Wie ben jij
Die dat boek leest
Met je koptelefoon op
En wie ben ik?
Wat is een mens?
Wat is het leven?
En waar gaat de trein heen?

21,5 jaar samen,
zo vertrouwd
en toch ook
nog
steeds
nieuwe dingen
ontdekken
Ik hoop dat ik
nog heel lang
nieuwe dingen
aan en
met jou mag ontdekken…

Ik hoop
dat ik de mens
mag blijven zien.
Zoals bij u,
steeds verder
in vergetelheid,
samen kijken naar wie u was
En dat u dan zegt:
‘Dit is mooi,
dit zouden mijn kinderen moeten horen.’
Samen kijken naar wie u nu bent
En soms
gewoon samen zijn
van mens tot mens.
Ik hoop
dat ik de mens
mag blijven zien.

Kaal, grijs en leeg
en
licht, fris en ruim,
de eerste maanden van het nieuwe jaar
Verwachtingsloos wachten
op wat komt….

Terug naar mijn fundamenten
Dat het leven niets is
en alles tegelijk
Dat ik het niet weet
Dat het leven onzeker is
En dat het moeilijk is
en oh zo mooi tegelijkertijd.

Gewoon
zitten in het gras,
en de tijd vergeten.
Er is altijd wel een:
Kom we gaan
of
iets dat gedaan moet worden
of
een onrust…
Maar nu,
Kom:
kom ik blijf nog even….

Soms is mijn werk
zoals de nar,
In de brief van de Koning
van Tonke Dragt,
Een vreemde
die er wel bij hoort
die er altijd is
Je meeneemt naar de tuin
en ook zonder iets te zeggen
naast je zit,
die luistert
die een sprookje vertelt,
waarvan je niet meteen begrijpt
waarom en waarvoor
maar dat je je door deze gekkigheid,
door even het anders dan anders
je je opeens ook anders voelt

De natuur:
wreed en mooi
tegelijkertijd.
Zoals een spin
zijn prooi vangt
tragisch, wreed
en fascinerend,
mooi.
Misschien ook
zoals het leven:
wreed en mooi
tegelijkertijd…

De bergen,
Met elk lichtval
Lijken ze anders
Het maakt me nietig
Het leven gaat voorbij
Gaat door
De bergen blijven:
Zijn.